… een van de twaalf; hij ging naar Jezus toe om hem te kussen… Lucas 22:47

Na ruim 36 jaar getrouwd zijn, kus ik mijn vrouw nog regelmatig (en niet met een streepje onder matig). Niet altijd op een vast tijdstip en niet altijd op dezelfde manier. De laatste tijd eigenlijk wat te weinig naar mijn idee. Ik vind het belangrijk dat het geen gewoontekus wordt, een soort verplichting waar je niet onderuit kunt of wilt.

Er zijn wel momenten geweest dat mijn vrouw geïrriteerd was om iets wat ik (niet) had gedaan. Op een of andere manier voelde ik haarfijn aan: als ik haar nu een weliswaar welgemeende kus geef – ergens in haar nek, op haar wang, of waar dan ook – dan komt dat toch verkeerd over.

Ik merk precies hetzelfde in mijn relatie met God. Als ik Hem wil aanbidden met woorden, gebaren of liederen en het zit niet goed tussen Hem en mij, dan kan ik me beter eerst daar mee bezig houden; het met Hem bespreken en als het kan er meteen iets aan doen. Meestal is dat snel opgelost, soms kost het wat meer tijd.

We hebben zoveel prachtige liederen, zoveel mooie melodieën met indrukwekkende liefdesverklaringen aan God en dat is prima. Toch moet ik vooral niet vergeten om te beseffen dat het bij aanbidding niet in de eerste plaats gaat om woorden en gebaren. Als het goed is, uit ik wat er in mijn hart leeft als ik voor Hem zing, dans, juich, klap, of mijn handen ophef, namelijk bewondering en liefde voor mijn Schepper. Het kan heerlijk zijn om ook eens in alle stilte met Hem te genieten van het eenvoudige contact, zijn glimlach over je leven, de rijkdom van zijn nabijheid, altijd!

Aan de andere kant mag iedereen weten dat ik Hem bewonder en is het goed om dit op Zijn tijd uitbundig te uiten.

Wim Bevelander

www.wimbevelander.nl