Elisa Krijgsman over nervositeit tijdens aanbidding
You are here: Home \ persoonlijke verhalen \ Elisa Krijgsman over nervositeit tijdens aanbidding

Ik krijg wel eens vragen over of ik nerveus ben wanneer ik de aanbidding mag leiden. En het antwoord daarop is heel kort; jazeker! De ene keer wat meer dan de andere. Ik denk dat een podium altijd zorgt voor een bepaalde spanning, maar die in sommige gevallen onnodig en ongezond is. De grote van de mensenmassa is bij mij niet zo van invloed. Ik kan nerveuzer zijn voor 30 mensen voor m’n neus dan voor 10.000 in de tent van Opwekking.

De vraag die ik zelf relevanter vind is welke plek nervositeit of spanning inneemt. Want dat het er is, dat is in de meeste gevallen wel een feit. Maar is het beheersbaar of is het overheersend. Voor mij is dit een heel belangrijk punt om onder ogen te blijven zien en vooral ook hoe ik ermee omga. Ik zal je zo meteen even meenemen in een kleine anekdote. Misschien herken je jezelf hier een beetje in, maar eerst even dit:

Oefening baart kunst. Herhaling baart routine (zelf bedacht…haha). Mijn uitgangspunt is dat de tijd van aanbidding bol staat van de kunst. En kunst is in mijn optiek gedefinieerd als iets creatiefs maken, spelen en spreken, voortbrengen dus. Om een creatieve omgeving te scheppen is spontaniteit nodig. Dat wat er in je opkomt uitvoeren. Een schakeling van liederen op een creatieve manier aan elkaar rijgen, een spontaan lied zingen (bestaand of bedacht), woorden spreken die van binnenuit opborrelen etc. Nu is de verleiding vaak aanwezig dat de kunst zich wil verheffen en waarbij het als ware het doel van onze aanbidding gaat vormen. Dus de context waarop ik mijn uitgangspunt laat rusten is heel belangrijk. En dat laat zich raden; de kunstige aanbidding is er voor bedoeld dat mijn God op een bijzondere en authentieke aanbeden wordt.

Ik ben al een tijdje onderweg als aanbiddingsleider en heb hele mooie momenten mee mogen maken, voor grote mensenmassa’s en kleine gezelschappen. Ik heb heel veel geleerd over wie God is, in bepaalde mate mocht ik zien wat Zijn wil was voor ons en ik heb ook mogen zien hoe Hij mensen bijzonder aanraakte. Maar ik heb ook veel over mezelf geleerd, over wie ik ben en hoe God naar mij kijkt en mij ziet. Dat laatste vond en vind ik heel belangrijk, met name als je een bediener bent.

Wanneer je iets vaak doet dan krijg je routine. Zo ook in het ‘vak’ aanbidding leiden. Het ligt dan op de loer om op je stokpaardjes te leunen. Maar geloof me, dat komt de diepgang van de aanbiddingstijd niet ten goede. Het is beter om te leunen op wie je bent zoals God je ziet en daarop te steunen.

En dan nu de anekdote:

Een tijd geleden gebeurde er iets, dat voor mij heel bepalend is geweest in mijn ontwikkeling als mens en ook als aanbiddingsleider. Ik zat in een situatie waarin ik me helemaal niet zo druk hoefde te maken over hoe bedreven en ervaren ik was. Bij mij is het “what you see is what you get” en “what I have, I will give”. Op een zondag mocht ik in mijn eigen gemeente (Eldad, Ede) de aanbidding leiden. Als er voor mij een plek is waar ik me niet nerveus voel om aanbidding te leiden, dan is dat mijn eigen gemeente wel. Maar deze zondag werd ik ineens heel nerveus tijdens de soundcheck en andere voorbereidingen. Zonder dat ik wist waarom. Er waren totaal geen aanleidingen en toch voelde ik het zo. Ik had me op die manier al een lange tijd niet meer gevoeld. Maar ja, je moet er wat mee, althans dat vond ik wel. Naast me neerleggen was voor mij een halfbakken optie. En dan gaat het debat van de zelfpraat aan de gang, althans zo gaat dat bij mij. En wat ik me ook bedacht, ik kwam er niet uit. En ja, ik heb de Here God ook gebeden of Hij me wilde bevrijden van dit vervelende gevoel, want ik wilde gewoon lekker onbevangen Hem aanbidden. Gewoon zoals het de laatste tijd ging. Maar ja, geen troostende en bemoedigende woorden tot het moment dat we moesten beginnen. Vlak voor dat ik mijn introducerende woorden wilde uitspreken, sprak God rechtstreeks in mijn hart en zei deze gevleugelde woorden:”…en oh ja Elisa, jij weet wel wat Ik mooi vind, hé?” Op zich helemaal geen bijzondere, diepzinnige zin, maar het zette me meteen vrij, voor dat moment en ook voor de momenten die er volgden wanneer ik de aanbidding mocht leiden. Mijn respons op God’s woorden bracht mij in eerste instantie bij mezelf. Niet hetgeen ik presteer, maar wie ik ben representeert hetgeen wat God mooi vindt. Het feit dat ik mij ten dienste stel om in uitmuntendheid mensen mee te mogen nemen naar Zijn aanwezigheid. Hoe ik dan vervolgens aanbidding leid is ondergeschikt aan wie ik ben zoals God mij ziet en wie ik ben is mijn respons op de vraag waarom ik God aanbid.

Ik weet het; we bedienen omdat we van God houden. Het gaat ons niet om onze eer maar om Zijn glorie. En toch hebben we te maken met zaken die de angst meer opwekken dan de liefde. We staan bloot aan (soms ongezouten) kritiek, onderlinge spanningen, verwachtingen van mensen en wellicht vinden we de confrontatie met onze eigen (on)kundigheid erg moeilijk te accepteren. Maar een juiste focus als aanbiddingleider – en nog beter als gehele team – zou al deze spanningen teniet moeten doen.

Het is geen schande om regelmatig te re-focussen. Dat noemen ze in de bijbel ‘heiliging”. En hoe hoog het niveau van aanwezige angst-aspecten is, weet dat God jou vertrouwt. En Hij vertrouwt erop dat jij en ik uitwerken wat Hij mooi vindt!

Elisa Krijgsman

Aanbidding.net
Over de auteur:

Geef een reactie