Aanbidding voorbij de ‘fijngrens’
You are here: Home \ Studie \ Aanbidden in een samenkomst \ Aanbidding voorbij de ‘fijngrens’

Profetische aanbidding
Peter vindt het een wat moeilijke term: “Het zijn twee begrippen die met elkaar in tegenspraak zijn. Het profetische is op ons gericht (Wat spreekt God tot ons?), aanbidding op God.Frank knikt: “Aanbidding is een reactie op de aanwezigheid van God. Het gaat er niet om dat we aanbidden om profetisch te willen zijn of zo. De term suggereert bovendien iets exclusiefs: er bestaat huis-tuin-en-keuken aanbidding én dan heb je de hogere variant: profetische aanbidding: heel geestelijk en artistiek, weggelegd voor bijzondere mensen. Frank: “Aanbidding is eigenlijk heel gewoon die ontmoeting met God; in profetische aanbidding gaat het er om dat Hij de ruimte krijgt om zijn hart te openbaren.

Peter en Frank, zeer actief op het gebied van aanbidding in conferenties, bijeenkomsten en trainingen, hebben hun gezamenlijke activiteiten ondergebracht in de Stichting ‘Bouw Uw Troon’, die onder meer een cursus organiseert voor mensen die bezig zijn met muziek en aanbidding: komend seizoen al voor de vijfde keer. “Heel veel cursisten komen met precies deze vraag, weet Peter: “Hoe kan ik God meer ruimte geven? Het antwoord op die vraag blijkt in de praktijk niet zo eenvoudig gegeven. Zij die het zoeken zijn soms behoorlijk gefrustreerd, zij die het menen te hebben, denken dat vaak alleen maar. Hoe zit dat?

‘Heer, wilt U over ons zingen?’
We weten zo langzamerhand allemaal wel wat, of beter gezegd, Wiecentraal staat in onze eredienst. Maar zijn we ook echt zo gepassioneerd over onze ontmoeting met Hem dat al het andere ervoor opzij gaat? Peter: “We streven ten diepste toch vaak gewoon naar een goede, fijne dienst. Dat is erg op onszelf gericht; een hele tactische misleiding van de tegenstander.We kunnen er ook voor kiezen verder te gaan dan wat wij fijn vinden, en de Heilige Geest de leiding geven. “Een sprong in het diepe en niet weten waar je uitkomt vult Frank aan, “dat moet je willen.Hij trekt de vergelijking met de Tempelbeek(Ezech.47): “Het is geen heilig moeten. God nodigt ons uit om dieper te gaan, maar je moét het niet.Aarzelingen zijn er dan ook legio. Stel dat er echt iets gebeurt wat mensen niet meer begrijpen, dat de dienst te lang gaat duren, dat het ‘uit de hand loopt’? Frank: “Misschien is zondagochtend ook niet het eerste moment om deze dingen te leren, maar het gaat om een houding, zowel bij het aanbiddingsteam als het leiderschap.Voorbij de ‘fijngrens’ gaan levert altijd een spanningsveld op. De liederen zijn gezongen, het was fijn, en nu? Je kunt stoppen, maar je weet dat je dieper kunt. Ga je verder? Hoe dan? Iedere aanbiddingsleider kent dat omslagpunt in een dienst wel. Frank knikt: “Ja, en dan…? Wachten op God. Eigenlijk is het Hem vragen: ‘Heer, wilt U nu over ons zingen?’. Stil zijn, luisteren, uitstappen. Vaak betekent dat gehoorzamen, zonder te begrijpen. En het is maar de vraag of het altijd fijn is.Die manier van zoeken naar Gods richting, ook in een samenkomst, past niet zo goed in strakke structuren of een gelikte performance. Botsen we hiermee niet aan tegen een generatie die geentertaind wil worden, ook in de kerk? “Mensen die geen christen zijn, zoeken in de kerk helemaal niet naar een mooie show,meent Peter. “Die willen God zien en weten of het geloof werkt.Frank is dat roerend met zijn broer eens: “In de gemeente zijn we gaan denken dat, als het er gelikt uitziet en het goed klinkt, het ook goed is. Dat is helemaal niet waar. We verwarren zalving met de emoties die een vaardig musicus kan oproepen. Kwaliteit zou het werk van de Heilige Geest moeten ondersteunen, maar vaak is de kwaliteit een dwingend keurslijf geworden dat juist de ruimte voor de Geest inperkt.Opmerkelijke uitspraken, zeker uit de mond van twee professionals, die bovendien wegbereiders waren voor een hele nieuwe generatie zeer getalenteerde, professionele christenmusici.

De keerzijde van professionalisering
De kwaliteit van de muziek die christenen vandaag wereldwijd op de markt brengen is volstrekt onvergelijkbaar met wat er vijftien jaar geleden in de schappen stond. Dat geldt ook voor aanbiddingsmuziek. Het aanbod is enorm en het doet in niets meer onder voor wat er verder in de wereld te koop is, vaak is het zelfs beter. Die ontwikkeling heeft invloed op hoe we omgaan met aanbidding in onze samenkomsten. Het voordeel van die professionalisering is de ruimte die het een aantal mensen geeft om zich helemaal toe te wijden. Daarmee is een enorme ontwikkeling op gang gekomen die veel zegen heeft gebracht. De keerzijde is echter dat er geld in het laatje moet blijven komen. Marketing, contracten en afzet zijn standaard geworden, ‘worship’ is een tak van de muziekindustrie. “Ik hoor wereldwijd musici, aanbiddingsleiders, zeggen dat ze het beu zijn, vertelt Frank. “Ze zeggen: ‘Vroeger gingen we bidden, zochten we God, nu moeten we twee of drie CD’s per jaar produceren.” Ze komen erop terug. Sommigen dienen hun contract uit en stoppen er dan mee.Aanbidding is een ‘format’ geworden, waaraan zelfs het kleinste muziekteam zich onwillekeurig spiegelt. De lat ligt hoog, te hoog. Aller oren zijn verwend en iedereen wil dat het een beetje klinkt zoals op Opwekking of bij Hillsongs. De druk op aanbiddingsteams is groot; deels door verwachtingen van anderen, deels is het zelfopgelegde druk. Het moet er elke zondag ‘staan’ en ook de laatste achttien nieuwe nummers moeten zo snel mogelijk worden beheerst. Peter: “Dat heeft allemaal niet zoveel met aanbidding te maken.Ik ken een heel aantal muzikanten die bijna elke zondag moeten spelen omdat de bezetting anders te mager is. Dat is slecht, ook voor hun privé-leven.Over het repertoire: “Het gaat er niet om dat je zoveel mogelijk liederen kent, maar dat je de liederen kent die je helpen God te ontmoeten. Maak een selectie van wat je samen goed aankunt. Forceer niet teveel. Ook als je maar een paar akkoorden kent, kun je aanbidden.Frank, aanvullend: Gods aanwezigheid heeft geen muziek nodig. Als een gemeente niet zonder muziek kan aanbidden, kan ze het ook niet met.
Is er met de worshipmarkt dan een monster gecreëerd? Frank schudt zijn hoofd: “Nee, dat vind ik niet. Er is wel een ideaalbeeld ontstaan, dat misschien te ver is doorgeschoten. Op zich kan aanbidding nooit mooi genoeg zijn.
Peter bevestigt dat: “Het streven naar perfectie is op zich niet verkeerd. Gods wil is het goede, het welgevallige en het volmaakte. We hebben echter altijd geprobeerd te communiceren dat kwaliteit, de vorm, geen doel op zich mag worden, al dreigt dat nu toch wel vaak te gebeuren. Veel gemeenten zijn te afhankelijk geworden van de mensen op het podium.

Ruimte voor de Geest
Authentieke aanbidding, hoe keer je er naar terug? Dat is allereerst een persoonlijk proces van herijken, groeien, zoeken. “Ik merk dat ik de vorm, en zelfs ook de kwaliteit, steeds minder belangrijk ga vinden,vertelt Frank. “Ik ben niet meer tevreden als de Heilige Geest niet heeft gewerkt. Anderzijds: als de Geest werkt maar er gaat technisch of kwalitatief iets mis, dan vind ik dat helemaal niet erg. Vroeger wel!Peter nuanceert: “Ik zou niet zo scherp zeggen dat ik pas tevreden ben als de Heilige Geest heeft gewerkt. Want hoe meet je dat? Krachtige aanbidding op zich is waardevol en hoeft niet persé gepaard te gaan met profetische uitingen. Het profetische zit ‘m voor mij hierin, dat God alle ruimte krijgt om te reageren op onze aanbidding. Wat Hij daarmee doet is dan aan Hem.Er is natuurlijk ook een collectief aspect aan de ruimte voor de Geest. Frank: “Het gaat om een radicale vastbeslotenheid om samen door te dringen tot waar het echt om gaat. Hoe ver willen we daarin gaan?Die vraag is een appél, niet alleen op musici, zangers en zangleiders, maar ook op gemeenteleiders. Vijf jaargangen van de cursus ‘Aanbidding en Bediening’ hebben geleerd dat daar een behoorlijk knelpunt zit. “De vraag hoeveel ruimte de Geest krijgt blijft meestal onbeantwoord. Ontstellend vaak ontbreekt er een gezamenlijke visie.Verwachtingen over de inhoud van een dienst kunnen dan enorm uiteenlopen. We zijn bij elkaar geweest, hebben gezongen, naar het Woord geluisterd; dan hebben we God ontmoet, toch? Maar misschien wilde Hij Zelf wel meer. Frank: “Ik moet vaak denken aan ‘rhema’: het specifieke woord van God, nu, op deze plek, voor deze mens, deze mensen. Ik verlang ernaar dat die ruimte er in onze samenkomsten is. De manier waarop wij onze aanbidding inrichten is daarin heel cruciaal.Een interessante ontwikkeling in dit verband zijn gemeenten die zoeken hoe lofprijs, aanbidding en de bediening van het Woord meer samen kunnen gaan en ondersteunend werken op elkaar.

Daar staan we dan. Balancerend tussen een verlangen naar meer van God en een hooggespannen verwachting die vaak meer is gebaseerd op kwaliteit en talent, dan op de Gever daarvan. Zinken we langzaam weg in een moeras van zegeningen, of durven we die los te laten en op God alleen te vertrouwen?

Frank en Peter Van Essen
Over de auteur:
eter en Frank van Essen verlenen als professionele musici al vele jaren hun medewerking aan tal van muzikale producties en evenementen, en schrijven liederen die door het hele land worden gezongen. Peter, die tevens een bekend violist is, heeft al jaren de artistieke en muzikale leiding van de Opwekking cd's. Duizendpoot Frank leidde o.m. de Ronduit Praiseband en maakt deel uit van de engelse formatie Iona. Beide leiden ze aanbidding en geven onderwijs en advies aan musici, zangers en zangleiders in kerken en gemeenten.

Geef een reactie