Aanbidding, heiliging, ootmoed en de Geest.
You are here: Home \ Studie \ Aanbidding als levensstijl \ Aanbidding, heiliging, ootmoed en de Geest.

De Geest: de Voorlezer
De Geest van God vervult een bijzondere rol in de aanbidding. Hij komt het meest merkbaar dichtbij. Hij woont in mensen, vervult hen, dompelt hen onder in Zichzelf, geeft ons van Zichzelf te drinken (1Ko12:13). Hij laat ons meelezen in het Boek van de Vader, dat de Zoon als thema heeft. De Geest doet hetzelfde wat Filippus eens deed toen hij bij de Ethopier kwam zitten in zijn reiswagen, met de vraag: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ (Hand 8:30). Nee, natuurlijk kunnen wij dat niet zo maar snappen, hoe zou dat kunnen als niemand ons uitleg geeft? De Zoon heeft, zo goed als zijn discipelen het konden begrijpen, de Vader verklaard, uitgelegd, verteld wie Hij is (Joh1:18). Maar toen Hij wegging, beloofde Hij de Vader te zullen vragen, en – zei Hij toen – : Hij zal u een andere Voorspraak geven, opdat Die met u zal zijn tot in eeuwigheid: de Geest van de waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet aanschouwt en Hem niet kent; u kent Hem, omdat Hij bij u blijft en in u zal zijn’ (J0h 14:16v.). Die zou het werk van Jezus voltooien. ‘Wanneer Hij is gekomen, de Geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden; want Hij zal vanuit Zichzelf niet spreken, maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen’ (Joh 16:13).

Een belangrijk werk dat de Geest aan ons doet is: ons heiligen. ‘Heiligen’ betekent zoveel als ‘apart zetten’. Zoals een verzamelaar van antiek op een vuilnisbelt een mooie vaas vindt: hij neemt hem eruit, maakt hem schoon, poetst hem op, haalt er eventueel nog eens butsen en deuken uit, en maakt hem geschikt voor een plaats van eer in zijn huis. Gods werk aan ons is tweerlei. Enerzijds is er het volmaakte, eens voor altijd volbrachte werk van Christus voor ons; dat is klaar, er hoeft niets meer aan te gebeuren, in Christus zijn we volmaakt. Heel anders is het per definitie onvoltooide werk van de Heilige Geest in ons; dat is niet klaar, er moet nog heel veel aan gebeuren. Tot aan het einde van ons leven of de komst van de Heer zijn we onvolmaakt.

Er is een heiliging waaraan wij die in de Zoon van God geloven allemaal deel hebben. Ze is volmaakt, compleet, niemand kan er nog iets aan toevoegen. In Christus zijn we geheiligd, wat onze positie betreft (1Ko1:2, 30; 6:11; 2Th2:13; Hb10:10; 13:12). Door de Geest wordenwe geheiligd, praktisch (Rm15:16; 2Ko3:18; 2Th2:13; 1Pt1:2). Aan die voortdurende vernieuwende heiliging heeft ook de Vader een aandeel (Jh17:17; Hb12:9v.) en de Zoon (Ef5:25). Wat de Geest betreft: het is een voortdurende groei, die met een tros vruchten vergeleken kan worden. De vrucht van de Geest (let op het enkelvoud, want alles hangt met alles samen, er is eigenlijk maar één vrucht) staat tegenover de werken (meervoud!) van het vlees (Gal 5:22).

De Geest als Voorlezer
Maar laten we, na deze belangrijke uitleg, terugkeren naar het beeld van de Heilige Geest als de Voorlezer. Het is een nogal ongewoon beeld. Wij denken meer aan Gods Geest als aan een bruisende rivier, een laaiend vuur, uitbundige dans, een peilloos diepe zee, afwisselend meeslepende en subtiele muziek. Al die beelden verhelderen de werking van de Geest, maar het beeld van een Voorlezer helpt ons om de relatie met de Drieene God te begrijpen. Hij maakt ons klein, eerbiedig, ontvankelijk. Hij maakt God groot, majestueus, altijd gevend.

Stellen we ons maar een kind voor dat bij zijn vader of zijn moeder komt zitten (of, dat kan natuurlijk ook, bij z’n opa of z’n oma). Je ziet het voor je: zo helemaal tegen hem of haar aanleunend, in de bocht van de arm. Nijntje Pluis, Jip en Janneke, een verhaal van indianen, of waarom zou het ook geen kinderbijbel mogen zijn!  Zo’n kind gaat helemaal op in het verhaal dat wordt verteld of voorgelezen. Hij leeft zich helemaal in, wordt er zelf een deel van; wat voor de hoofdpersoon (hoe kinderlijk eenvoudig ook voorgesteld) van levensbelang is, dat wordt voor het kind ook van levensbelang. Niet alleen het verhaal wordt overgedragen, maar ook een heel stelsel van normen en waarden, beelden en symbolen. Daar is het kind zich weinig of niets van bewust. Maar halverwege kun je vragen waar het over gaat, en wie belangrijk zijn en wie niet, wat boven en beneden is, links, rechts, voor, achter: het kind weet ’t precies. Dat is een wereld op zichzelf, waar het kind in thuis is geraakt.
Dat is wat de Geest ook doet. Hij neemt ons apart, voert ons mee in een andere fascinerende wereld, waar heel andere wetten en normen gelden dan in de wereld waarin wij ons tot dusver thuis voelden. De Geest is, om nu het beeld van een kind maar te verlaten, een verteller aan een haardvuur, die ons laat wegdromen in het verhaal, totdat we (waarempel, is het al zo laat?!) wakker worden uit onze betovering: het verhaal heeft diepe indruk op ons gemaakt. We zijn niet meer dezelfde mensen. We zijn nu verlaten we de metafoor – geheiligd. Een beetje dichterbij de hemel en de eeuwigheid en de Drieene God heeft de geschiedenis van God, van de verlossing, de Vader en de Zoon, verteld door de Geest, ons gebracht.

Verootmoediging
Dit is een aspect van heiliging, misschien wel de kern ervan als het om aanbidding gaat: klein worden, jezelf verliezen. Als we deel willen hebben aan het werk van de Heilige Geest in het verhogen en verheerlijken van God (dat is aanbidding!), dan moeten wij onszelf verootmoedigen. Ootmoed is het belangrijkste element om heilig te worden. Je eigen plaats te kennen “ nederig, klein “ is eigenlijk niets anders dan heiligheid. Verootmoediging geeft de toegang tot Gods heiligdom.

Wat is dat, verootmoediging? Niets minder, maar vooral ook niets meer of anders dan het woord zegt: een nederige plaats opzoeken, en tegelijk Gods aangezicht zoeken. Niet naar de hoge dingen streven, maar je voegen bij het eenvoudige (Rm12:16). Je buigt je niet zomaar ergens neer terwijl je een aantal dingen niet meer doet (dat zou geen verootmoediging zijn, hoogstens zelfkastijding, misschien ascese), maar je buigt je voor God neer. Je gaat beseffen wie je werkelijk bent, welke plaats je inneemt tegenover Hem: een heerlijke positie, maar ook een nederige plaats. ‘Gelukkig de armen van geest’ (Mt 5:3; vgl.Jak 1:9) – want daarover gaat het in deze eerste van de zaligsprekingen: om de gelukzaligheid van degenen die niets willen hebben en niets willen zijn, en die dat willen weten ook. We komen op die manier in een positie waarin danken volkomen vanzelfsprekend is. Verootmoediging is wat je doet om je daarheen terug te voeren (af en toe, of: telkens weer), ootmoed is de houding van je hart, continu.’Niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God’ (Mi6:8). Verootmoediging is niet het in acht nemen van uitwendige rituelen, daar is de Heer nu juist helemaal niet van gediend (Mt6:16-18; Mk2:18) “ en daarin brengt Hij iets nieuws, daar had niemand nog ooit van gehoord; deze nieuwe wijn past niet in de oude zakken van de traditionele vroomheid (Mk2:21). Verootmoediging is de onderwerping aan Gods wil en Gods oordeel.

Jezus was nederig van hart (Mt11:29v.), en Hij verootmoedigde Zich (Fp2:8). Daarin zien we dat verootmoediging niet alleen maar het belijden van zonde is. Dat kan het zijn, als zoiets aan de orde is, maar bij onze Heer was er geen sprake van zonde. Verootmoediging is vooral een kwestie van het doen van Gods wil, gehoorzaamheid. Jezus deed wat de Vader Hem had opgedragen, en daarin ‘vernederde [verootmoedigde] Hij Zichzelf’. Diezelfde nederigheid en verootmoediging past ook ons in het Lichaam van Christus, de gemeente (Ef4:2; Fp2:3; Ko3:12). De Heilige Geest zal deze verootmoediging bij ons bewerken, en dat moet ook, anders hebben wij geen toegang in aanbidding tot de enige ware God. Als we Gods aangezicht zoeken, zullen we bereid zijn ons te verootmoedigen over onszelf, over onze relatie met anderen, en over het geheel van de gemeente waarvan we deel uitmaken:
– je gaat jezelf verootmoedigen over je persoonlijke zonden (een voorbeeld in 2Kr33:12). Sommige mensen gebruiken daarbij concreet een lijst van zonden, die je helpt dat aan te scherpen; maar we moeten ons wel realiseren dat het erg negatief en deprimerend kan werken, zoveel aandacht te besteden aan je eigen zonden. Bovendien heeft het christelijke geloof eigenlijk een veel hoger doel dan alleen maar niet te zondigen. Als je dicht bij de Heer Jezus blijft, zondig je niet, en het omgekeerde, dat je dicht bij Jezus bent als je niet zondigt, is niet per definitie waar. Het gaat erom dat we rein en zuiver zijn, willen we met een vrij gemoed deelnemen aan de aanbidding.
– je gaat voor een ander door de knieën, je belijdt je zonden in de relatie met een ander, concreet, met naam en toenaam (Jk4:6-10; 1Pt5:5v), niet in vaagheden, laat staan in de vorm van nieuwe beschuldigingen die we vaak heel zorgvuldig weten te verpakken in schijnbaar ootmoedige uitdrukkingen.
– samen, als collectief (gemeente, team, enz.) zoek je de weg van gezamenlijke verootmoediging (een voorbeeld in 2Kr7:14). Dat is niet alleen maar het belijden van je (gemeenschappelijke) zonden, want daarover is juist op het collectieve vlak al heel gauw verschil van inzicht, al was het maar in de formulering. Het is vooral het erkennen van je (gemeenschappelijke) schuld, het besef van het samen klein zijn en schuldig staan voor God.

Verootmoediging is het voornaamste heiligende werk van de Heilige Geest, als we het hebben over de weg tot aanbidding. Als er iets onze aanbidding in de weg staat, is dat arrogantie, hoogmoed, onboetvaardigheid, onbeleden zonden. Als er iets onze aanbidding bevordert, is dat nederigheid, ootmoed, een berouwvol hart, het aan God en aan elkaar belijden van zonden.

Dit artikel is ontleend aan het boek Heerlijke verkwisting: over de rijkdom en reikwijdte van aanbidding, dat is verschenen bij Uitgeverij Medema in Vaassen.

Henk Medema
Over de auteur:
Al 28 jaar geeft Henk Medema (1950) met veel bezieling en enthousiasme leiding aan het team van Uitgeverij Medema. Daarnaast is hij auteur van vele boeken, en een veelgevraagd spreker op conferenties. Ook is hij op diverse manieren betrokken bij een aantal bestuurs- en overlegorganen, koepelorganisaties en netwerken en is hij hoofd- en eindredacteur van de BODE, een Bijbelstudie magazine. Hij is tevens oudste in de Vergadering van Gelovigen, te Apeldoorn.

Geef een reactie