Het herstel van feest vieren in aanbidding, deel 3 van 3
You are here: Home \ Studie \ Aanbidden in een samenkomst \ Het herstel van feest vieren in aanbidding, deel 3 van 3

Feest vieren in de Eerste Gemeente en Daarna
Er zijn geen gedetailleerde beschrijvingen van de stijl van aanbidding in de beginjaren van de Kerk. Wat we weten is afkomstig uit het boek Handelingen en uit opmerkingen die hier en daar in de geschriften van de Kerkvaders zijn gevonden. We moeten hierbij rekening houden met de tijd die de Kerk nodig had om te breken met het Judaïsme. Dit weten we.

Jezus was Joods. Zijn concept van feest vieren hebben we al besproken (Lucas 15:25). Hij wordt geassocieerd met zij die ‘op de fluit speelden’ zodat mensen zouden dansen en niet met zij die ‘klaagliederen zongen’ zodat mensen zouden huilen (Lucas 7:32-33 een verwijzing naar de vergelijking tussen Jezus en Johannes de Doper). Het is daarom niet moeilijk voor te stellen dat Jezus deelnam aan Hebreeuwse dansen als je dit vanuit een Bijbels perspectief bekijkt.

De Eerste Gemeente functioneerde de eerste paar eeuwen als een van de bewegingen binnen het Judaïsme. Dit betekent dat de apostelen en hun volgelingen deel zouden hebben genomen aan Joodse feesten waar dansen een normaal onderdeel van was (Hand. 20:6). In de beginfase van de Christelijke Kerk stond de gepastheid van het vieren van de feesten (samen met het Joodse volk) nooit ter discussie, daarom was het ook niet nodig hier met nadruk over te schrijven. Heidenen die hun vorm van feest vieren hadden moeten opgeven om christen te worden konden meegenomen worden naar de alom bekende Joodse feesten, waarvan de historische achtergrond in overeenstemming was met de geestelijk en morele waarden waarvan ze doordrongen waren. (NIDNTT, 1, p628).

We hebben al eerder verwezen naar opmerkingen gemaakt door Clement, Bazil en Gregory. We zullen nu verwijzen naar verschillende autoriteiten om aan te geven dat er werd gedanst, niet alleen in de Eerste Gemeente, maar op sommige terreinen, tot aan de 18e eeuw.

Volgens Hastings Encyclopedie
In het vroege christendom leidde de bisschop de getrouwen in heilige dansen zowel in de kerken als voor de tombes van de martelaren. De ‘Council van A.D. 692’ verbood deze praktijken, maar het verbod was niet effectief.

Eeuwen later bevatte de Liturgie van Parijs de rubriek, ‘le chanoine ballera au premier psaume’, ‘de bisschop zal tijdens de eerste psalm dansen.

Tot in de 18e eeuw werd in de Franse provincies op Heilige Feestdagen door priesters gedanst (p 361).

Scott zegt het volgende:
In de oudste Roomse kerk is het koor een soort verhoogd podium en er wordt beweerd dat de priesters daar de heilige dansen dansten (Edward Scott, Dancing in all ages, p 100).

Scaliger zegt dat de eerste bisschoppen ‘praesules’ werden genoemd, omdat zij van oudsher tijdens plechtige feesten voorgingen in de dans (p 100).

Father Menestrier, een Jezuïet en priester, die onderzoek heeft gedaan naar dit onderwerp, schrijft in 1682: De Goddelijke dienst bestond uit psalmen, hymnen en gezangen, omdat mannen dansend en zingend God prezen terwijl zij voorlazen vanuit wat wij nu het Oude en Nieuwe Testament noemen. De plaats waar zij deze aanbidding aan de Heer offerden werd het koor genoemd (Kinney, p 30).

The Canon of Langues, Frankrijk, 1584, Jehan Tabouret schreef er het volgende:
Tijdens bruiloften en Geloofsfeesten zijn we zo blij en opgetogen, hoewel de hervormers dit verafschuwen; maar in dit geval verdienen zij het om behandeld te worden als het achterste van een geit (Kinney, p 31).

Wat we vandaag de dag een “Carol” noemen ontstond in de geschiedenis van de dans. De oorsprong van de “Carrol” is een dansend lied over de geboorte van Christus, met recht een erfenis van de dansen in de Kerk (Evelyn Porter, Music through the Ages, p16).

In Frankrijk, Spanje en Engeland werd het dansen tijdens de erediensten voortgezet. In Toledo was een dans door de koorknapen onderdeel van de liturgie van de mis. Wie bekend is met Spaanse muziek kan zich goed voorstellen hoe ritmisch deze dansen moeten zijn geweest! Een dans vergelijkbaar met de Spaanse (zes in een cirkel) was gebruikelijk in Engeland tijdens de Elizabethaanse periode op Whitsuntide.

Door de geschiedenis heen zijn verschillende pogingen gedaan om de dans uit de kerk te krijgen. We hebben al eerder een opmerking gemaakt over de zienswijze van de ‘Council van A.D. 692’. Augustinus heeft vergelijkbare pogingen gedaan om de dans uit te roeien (1265-1321). Wellicht waren er voor die tijd geldige redenen voor een dergelijke houding, waar wij ons nu niet van bewust zijn. Hoe dan ook, de pogingen waren niet succesvol.

In 1518 brak er in Europa een plaag, veroorzaakt door een giftige schimmelsoort dat zich op roggebrood ontwikkelde. Men kreeg vreemde verrekkingen van de ledematen en als gevolg hiervan werden de straten gevuld met mensen die vreemde bewegingen maakten. Velen gingen wel uren door voordat ze neervielen en stierven. Deze vreemde dans, de St. Vitus Dans, werd door de kerkelijke autoriteiten veroordeeld als zijnde een demonische manifestatie. Hierdoor verhardde men zich in hun houding ten opzichte van alle vormen van dans. Dans werd synoniem aan demonisch.

De hervormers waren vooral fel tegen de dans omdat ze grote nadruk legden op de prediking van het Woord als belangrijkste onderdeel van de eredienst. Terwijl de kerk zich steeds meer terugtrok ten opzichte van het gebruik van dans tijdens aanbidding werd het meer en meer overgenomen door de seculiere samenleving. Dat wat van oorsprong door God was geschapen om Hem te prijzen werd in bezit genomen door mensen zonder liefde voor God. De secularisatie van de dans is een direct gevolg, niet van de vernieuwing van de kerk, maar van het terugtrekken van de kerk. Het was daarom heel bemoedigend om het herstel van de dans te zien in de kerk van de twintigste eeuw.

Er zijn een aantal verschillende modellen ontstaan binnen verschillende tradities. Hier moet men in gedachten houden dat de bijbelse terminologie flexibel is en een breed scala aan bewegingen beschrijft,
– springen of huppelen
– spelen of sporten
– ronddraaien of cirkelen
– dansen in een cirkel (bijvoorbeeld met een groep)
De term die gebruikt wordt voor de laatste uitdrukking, met een groep dansen in een cirkel, is vertaald met het Latijnse ‘chorea’, uiteindelijk leidend tot het Engelse ‘chorus’ (dat koor of refrein betekent).

In de geschiedenis van de kerk bleven de ‘processies’ van de Griekse of Orthodoxe kerk vasthouden aan de dans.

Vandaag de dag vinden we de volgende variaties van bewegingen in erediensten:
– In de Latijns Amerikaanse Pinksterkerken wordt er gedanst. Het is te verwachten dat de bewegingen hier zeer ritmisch zijn.
– In de meeste inheemse Afrikaanse kerken is een swingende, ritmische beweging veel voorkomend en heel normaal.
– In de Britse ‘vernieuwing’-beweging is een vrije vorm van op één plaats op en neer springen normaal geworden. Dit is een van de weinige manieren waarop je kunt bewegen wanneer je ingesloten zit tussen twee rijen, de typisch westerse manier van het plaatsen van de kerkstoelen/ banken. Je kunt alleen nog maar omhoog en dan weer omlaag.
– In de meer liturgische kerken is een meer georganiseerde vorm van dansen aan het ontstaan die voornamelijk gebaseerd is op klassieke danstheorie. Getrainde groepen dansen voor de aanwezige aanbidders.
– Dan is er natuurlijk ook het herontdekken van de Israëlische dansen als gevolg van het groeiende contact tussen christenen en Judaïsme. Messiaanse synagogen groeien snel in de Verenigde Staten.

We moeten God aanbidden met hart, ziel, gedachten en kracht (Marcus 12:30). Zoals de Psalmist zegt, “mijn hart en mijn vlees jubelen tot de levende God” (Ps 84:3).

Er is, jammer genoeg, een grote hoeveelheid heidense Griekse filosofie in ons christelijk denken doorgedrongen. Dit samen met het eeuwenoude Gnosticisme, met zijn scheiding van de geest van het lichaam.

Dan menen sommige christenen uit Johannes 4:23 af te leiden dat aanbidding in geest en in waarheid’ betekent aanbidding met de geest, maar niet met het lichaam, niet met het ‘vlees’.

Dit brengt ons bij een uitgebreid onderwerp, wat hier niet behandeld kan worden. De lezer zou voor meer over het Gnostische probleem ‘The Spiritual Spider Web’ (Derek Morphew, VBI Cursus) kunnen lezen. Voor nu is het voldoende op te merken dat een afwijzing van dansen in aanbidding misschien wel heel theologisch en bijbels mag klinken, maar in feite meer zegt over de niet-christelijke invloeden op het denken van diegene die afwijst, dan over iets anders.

Het Bijbelse concept van het lichaam botst ook met het ‘klassieke’ Pinksteridee van ‘dansen in de geest’. Men zoekt tevergeefs naar Bijbelse rechtvaardiging voor deze term. Geïnspireerd door de Geest dansen we met ons lichaam (waarmee anders?) voor de Heer. Zeker, dansen moet het gevolg zijn van een oprechte vreugde in de Heilige Geest (Rom. 14:7; 1 Pet. 1:8), maar dit betekent niet dat we zouden moeten wachten op een bepaalde speciale ‘danszalving’ voordat we kunnen dansen.

Hoewel georganiseerde dansgroepen daarom zeker onderdeel zijn van de Bijbelse traditie, kan spontaan dansen van de aanbidders (á la koning David) een geweldige, leerzame ervaring zijn.

Het laatste wat ik zou willen promoten is een slaafse gewoonte van moeten dansen tijdens elke bijeenkomst om maar te bewijzen dat we echt vrijgemaakt zijn. Moeten dansen is net zo raar als altijd moeten klappen of lawaai maken of wat we ook doen als gedachteloos ritueel. Ik geniet meer van de relaxte stijl van aanbidding in de meeste Vineyard bijeenkomsten, ge- ‘hypte’ aanbidding vind ik nogal vermoeiend.

Als beleid voor een lokale gemeente sta ik achter de gedachte dat degenen die willen dansen dat in de gangpaden en achterin kunnen doen, zodat de gemeente niet gedwongen wordt om de hele tijd naar hen te kijken. Vrijheid is niet gelijk aan exhibitionisme. Verder: de echte context voor dansen is een feestelijke gelegenheid.

Celebrations (daar waar meerdere kleinere congregaties bij elkaar komen) zijn een goede gelegenheid. Als ook die momenten waarin onze samenkomsten, door de Heilige Geest geleid, richting een vreugdevolle uiting naar God toe bewegen.

Conclusie
We hebben geprobeerd het concept van feestvieren te versmallen tot het dansen. Er is, dat mag duidelijk zijn, veel meer te vieren dan alleen dans in zichzelf en het zou een volledige misvatting van mijn bedoelingen zijn, zou de lezer concluderen dat dansen een soort persoonlijk stokpaardje voor mij is. Mijn bedoeling is eerder een algemene bekering van onze totale kijk op God, zijn geweldige redding en de reactie van de kerk.

Maar toch, het lijkt erop dat dansen een ‘sjibbolet’ (Richteren 12:6) onderwerp is geworden waardoor kerken zich ofwel openstellen voor feest vieren ofwel zichzelf afsluiten in een eeuwenlange eentonigheid.

De woorden van Richard Foster, in zijn ‘Celebration of Discipline’ zijn een passende conclusie: Verreweg de meest belangrijke toegevoegde waarde van feestvieren is dat het ons er voor behoed onszelf te serieus te nemen. Dat is een noodzakelijke genade voor allen die ernst willen maken met Geestelijke Disciplines. Het is het beroepsrisico van godsdienstige mensen om stoffige zeurpieten te worden. Dat zou niet moeten mogen. Van alle mensen zouden wij de meest vrije, levendige en interessante moeten zijn. Feest vieren voegt iets toe aan ons leven: vrolijkheid, feestelijkheid, fleurigheid.

Jezus genoot zo vol van het leven dat Hij ervan werd beschuldigd een wijndrinker en gulzigaard te zijn.

Velen van ons leven zulke zure levens dat we met geen mogelijkheid van deze dingen beschuldigd zouden kunnen worden.

Einde deel 3 van 3.

Bibliografie Analytical Greek Lexicon, Samuel Bagster, London, 1971 Encyclopedia Biblica, Vol 1 Encyclopedia Britannica, Vol. 5 Richard Foster, Celebration of Discipline, Hodder, London, 1985 Eddie Gibbs, I believe in Church Growth, Hodder, London, 1989 Hastings Encyclopedia, Vol. 10 Arnold L. Haskell, The story of the dance, Rathbone Books, London, 1960 Troy Kinney, the Dance, Tudor Publishers, New York, 1936 Derek Morphew, The Spiritual Spider Web, Vineyard International Publishers, E Publication, Cape Town, 2000 the New International Dictionary of New Testament Theology, edited by Colin Brown, Peternoster, 1975, Vol. 1, p 624-635. Evelyn Porter, Music through the Dance, Batsford, London, 1937 Scott Edward, Dancing in all ages, Sonnenscheim & Co, London, 1899 Walter Sorell, The Dance through the Ages, Thames & Hudson, London, 1967. The Jewish Encyclopedia, Vol. 4 The Zondervan Encyclopedia of the Bible, edited Merril C. Tenney, 1975

© Copyright 2004 Vineyard Music Oorspronkelijke titel: The restoration of celebration Vertaling: Jane Hempenius E-Contact is een gratis maandelijkse uitgave van Vineyard Music Benelux. Ga voor meer Nederlandstalige artikelen naar de website van Vineyard Music (Benelux). Of stuur een e-mail naar info@vineyardmusic.nl.

Derek Morphew
Over de auteur:
Derek Morphew is theoloog, voorganger en directeur van zowel Vineyard Bible Institute (VBI) als Vineyard International Publishing (VIP). Hij is ook de hoofdvoorganger van Vineyard Christian Fellowship, Kenilworth in Kaapstad (Zuid Afrika). Dereks boeken, onderwijs en ontwikkeling van toegankelijke hulpmiddelen voor theologisch onderwijs zijn wereldwijd tot zegen voor velen.

Geef een reactie